Je zou het gezin van filosoof Ralf Bodelier gepolariseerd kunnen noemen. Toch lopen de emoties nooit hoog op. Hoe de lieve vrede te bewaren, zag Bodelier in de media die zijn kinderen gebruiken.
Volzin, zomernummer, 2025
Twee kinderen hebben we, een zoon van 28 en een dochter van 26. Mijn vrouw Mirjam is mediawetenschapper. We praten nogal eens met hen over hoe zij de wereld zien en hoe wij dat doen. Vanzelfsprekend gaat het vaak over de rol van de media.
Mirjam en ik zijn fervente lezers van kranten en tijdschriften. Geen van onze beide kinderen leest de krant. Zoals de meeste jongeren kijken ze maar amper naar het journaal of naar actualiteitenprogramma’s. Radio luisteren ze nooit.
Dat betekent niet dat ze weinig van de wereld weten of dat ze er geen mening over hebben. Integendeel: beiden reizen al vanaf hun 14e onophoudelijk de wereld rond – en dat gebeurde niet altijd met onze toestemming. Hun informatie halen ze van een enkele nieuwssite, van YouTube en, vooral, van podcasts.
Onze dochter noemt zich links en is verontwaardigd over onrecht, discriminatie, racisme, vrouwenhaat. Zij woont samen met haar hindoestaanse vriendin die zij ontmoette op de Amsterdam Pride. Ze liep mee in de Womens March, eet vegetarisch, doet vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis en reist de halve wereld af. Al is het maar om van de ene rave in de andere te rollen.
Onze zoon wil zich politiek niet vastleggen. Hij heeft een Duitse vriendin, was jarenlang buiten Europa, bevoer de Amazone, gaf Engelse les in Nepal en vlocht beton in Australië. Hij is fan van de conservatieve denker Jordan Peterson, deed een vechtsportkamp in Thailand, vindt Elon Musk een briljant ondernemer -wat de man uiteraard ook is- en luistert vaak naar de podcasts van Joe Rogan, Chris Williamson en Lex Fridman. Dit alles neigt naar rechts.

Polarisatie
Thuis, aan de keukentafel, is aan gespreksstof geen gebrek. Zelden zijn we het eens. Je kunt ook zeggen dat onze keukentafel is gepolariseerd. Zoals er ook polarisatie is in de Tweede Kamer, in de publieke opinie, in het gemiddelde klaslokaal. De uitingsvormen op de polen worden de laatste jaren extremer, zowel op de linkse als de rechtse pool. Had ‘woke links’ de wind mee in de jaren 10, in onze jaren 20 waait deze op ‘autoritair rechts’.
Op de polen is het luidruchtig. Over klimaat en gender, over Gaza en Israël. Of de rest van de samenleving ook zo polariseert, is nog maar de vraag. Het politieke midden houdt zich koest. Bij de verkiezingen dit najaar zou zo maar een centrumlinks kabinet aan kunnen treden.
Bovendien: is polarisatie wel zo’n probleem? Beginnen niet alle grote veranderingen, ten goede en ten kwade, met polarisatie? Beginnen ze niet altijd met iemand die uit de consensus stapt en anders denkt en handelt dan de gemiddelde burger? We weten natuurlijk dat Vladimir Iljitsj Lenin en Adolf Hitler polariseerden. Maar Martin Luther King en Mahatma Gandhi deden dat niet minder.
Allen stelden de gevestigde orde ter discussie. Vervolgens kwam die op losse groeven te staan. Gandhi wilde dat India los kwam van Engeland. King wilde gelijke rechten voor zwarte Amerikanen. Wat Lenin en Hitler wilden, weten we helaas ook. Maar niet alleen zij slaagden in hun opzet. Ook King en Gandhi slaagden. Of we het nu leuk vinden of niet: veel verandering begint met polarisatie.
Het grote verschil tussen Lenin en Hitler, King en Gandhi, was natuurlijk dat de eersten miljoenen over de kling joegen, terwijl de laatsten geweldloos opereerden. Lenin en Hitler zagen hun tegenstanders als ‘persoonlijke vijanden’. King en Gandhi zagen hun opponenten als ‘politieke tegenstanders’. Als mensen met een fundamenteel ander belang en andere mening, maar uiteindelijk ook als individuen als zijzelf.
Of je je tegenstanders ziet als persoonlijke vijanden of politieke tegenstanders maakt verschil. Vijanden moet je uitschakelen. Tegenstanders hoop je met aandacht, goede argumenten en veel maatschappelijke druk over te halen. King was niet tegen witten, hij wilde rechtvaardigheid voor de zwarten. Gandhi was niet tegen de Britten, hij wilde geen Britse overheersing van India.
Laten we het minder over polarisatie hebben. Laten we meer nadenken over hóe wordt gepolariseerd. Over hoe op de verschillende polen met tegenstanders wordt omgegaan. Polariseert iemand door anderen te vernederen, monddood te maken en uit te sluiten? Of doet hij dat met respect voor die ander? Zijn onze opponenten onze persoonlijke vijanden of onze politieke tegenstanders?
Probleem of conflict
Er zijn meer verschillen. King en Gandhi keken naar de wereld vanuit een ‘probleem-georiënteerde’ houding. Lenin en Hitler vanuit een ‘conflict-georiënteerde’ houding.
Wie een probleem-georiënteerde houding inneemt, kijkt als een arts of een psycholoog. De patiënt heeft een probleem. Met andere betrokkenen -de anesthesist, de fysiotherapeut en uiteraard de patiënt zelf- wordt dat probleem besproken en gezocht naar de beste diagnose en behandeling. Wie de wereld zo waarneemt, is doorlopend met anderen in gesprek. Sommigen hebben goede ideeën, andere minder goede. Daar kom je achter door met elkaar te praten, door ideeën uit te wisselen. Dergelijke gesprekken kunnen pittig zijn maar het respect voor de ander blijft overeind. De hindoe Gandhi zocht contact met moslims. De zwarte King wist ook witte Amerikanen aan zich te binden en won zo brede sympathie voor zijn burgerrechtenbeweging.
Lenin, Hitler en hun navolgers kijken naar de wereld als een generaal naar het slagveld. Voor hen is de wereld een strijdtoneel: tussen populisten en wokisten, tussen de elite tegen het volk, tussen klimaatactivisten en industriëlen. Het gevecht is onverzoenlijk. Met de ander valt niet te praten. Alles is strijd. En om die strijd te winnen, moet je krachtig en, uiteindelijk, meedogenloos zijn. Want, zo is de logica, wanneer jij niet wint, dan winnen je vijanden.
Fascinatie voor Hitlers kinderen
Je zou het niet verwachten. Maar wij, gewone burgers, zijn doorgaans minder geïnteresseerd in mensen die denken in termen van problemen en politieke tegenstanders. Ons intrigeren hun spraakmakende concurrenten. We zijn meer gefascineerd door de kinderen van Lenin en Hitler, dan door die van Gandhi en King.
En dat zie je terug in de media. Journalisten filmen maar al te graag president Trump, bezig met het vernederen van zijn ambtsgenoot Zelensky. Daarentegen zal een inhoudelijk overleg tussen de presidenten Macron en Zelensky het 8-uur journaal niet halen. We kijken onze ogen uit wanneer Extinction Rebellion vaten namaakbloed uitstort bij het hoofdkantoor van Shell. We halen onze schouders op bij berichten over landen waar de uitstoot van CO2 fors terugloopt. Naar een weloverwogen pleidooi van GroenLinkser Esmah Lahlah luisteren maar weinigen, een scheldpartij van Geert Wilders is al snel breaking news. De oorlog in Gaza is dagelijks op het journaal, over het gestaag afnemende geweld in Ethiopië hoor je niemand.
Natuurlijk kun je deze analyse ook omdraaien. Wij, mediaconsumenten, vinden Extinction Rebellion, Trump, Wilders en Gaza interessant omdát de media hen telkens weer onder de aandacht brengen. Wat blijft, onder de streep, is dat zowel journalisten als mediaconsumenten, onvergelijkbaar meer aandacht schenken aan krijgsheren en politici die conflicten opstoken, dan aan diplomaten en politici die conflicten voorkomen of beëindigen.
Zelden lees je in de krant over juristen, bezig met het reguleren van Big Tech, over ambtenaren die nieuwe wetgeving voorbereiden of over immunologen, bezig met het ontwikkelen van een vaccin tegen malaria.
Maar dat gemeentehuis, het ministerie of die laboratoria zijn wel de plekken waar het gebeurt. Bij slechte koffie en opengeklapte laptops worden vraagstukken aangepakt en problemen opgelost. Wetenschappers die nu in hun petrischaaltjes turen, helpen over zes of tien jaar miljoenen mensen met nieuwe medicijnen. Vér van talkshows of het licht van camera’s zorgen anonieme functionarissen ervoor dat landen in conflictgebieden niet op elkaar schieten maar met elkaar praten.
Juist dáár zou in de media meer aandacht naar toe moeten. Naar situaties waar mensen niet als vijanden naar elkaar schreeuwen, maar naar elkaar luisteren. Waar tegenstanders elkaar respecteren, ook al verschillen ze nog zo met elkaar van mening. Waar vandaag de oplossingen voor morgen worden bedacht.
Podcasts
Nu is er ook een medium waarin geen conflicten maar problemen centraal staan. Waar met respect en aandacht naar elkaar wordt geluisterd. Waar gasten uit kunnen praten, hun twijfels tonen en alle ruimte krijgen voor hun verhaal. Daarnaar kijken en luister onze zoon en dochter.
En dat medium is de podcast. In Nederland hebben we mooie voorbeelden als ‘De Nieuwe Wereld’, en ‘De Ongelooflijke Podcast’. Mijn kinderen zoeken het bij Amerikaanse. Mijn dochter luistert naar podcasts over aardrijkskunde en hedendaagse geschiedenis. Mjn zoon naar ‘The Joe Rogan Experience’, de ‘Lex Fridman Podcast’ en ‘Modern Wisdom’ van Chris Williamson.
Van Joe Rogans podcast verschenen inmiddels meer dan 3000 afleveringen. Ze duren zo’n drie uur en trekken gemiddeld meer dan 10 miljoen luisteraars. Onder Rogan’s gasten bevinden zich kickboksers, wetenschappers en politici – van Bernie Sanders tot J.D. Vance. De Lex Fridman Podcasts duren tot wel vier uur en heeft soms gasten als de Indiase premier Narendra Modi. Bij ‘Modern Wisdom’ vind je mooie gesprekken met denkers als Alain de Botton.
Onze kinderen zijn vooral te spreken over de politieke veelkleurigheid van deze podcasts, over de ruimte die de gasten krijgen en over de open, nieuwsgierige houding van de podcastmakers. Bij de ‘mainstream media’, zegt mijn zoon, zit er altijd een ‘middle man’ (een journalist) tussen die bepaalt wat wij mogen horen en zien. Bovendien zijn de gewone media politiek gekleurd, ook al geven ze dat nooit toe. In podcasts heeft mijn zoon nooit het gevoel te worden gemanipuleerd. Dat boezemt vertrouwen in.
Onze zoon en dochter veranderen mijn blik op de gangbare media. Inmiddels luister ook ik vaker naar podcasts dan naar het journaal of Radio1. Nam ik eerder de journalistieke focus op conflicten en hun veroorzakers als vanzelfsprekend, inmiddels ben ik meer geïnteresseerd in mensen die nadenken over haalbare oplossingen.
Keukentafel
Ik ben onder de indruk over de tijd -twee, drie, vier uur- die de podcastmakers voor hun gasten nemen en over hun onbevangenheid. Persoonlijke vijanden lijken ze niet te kennen. Ja, soms heb ik moeite met hun keuze: moet je een notoire anti-vaxxer als Robert F. Kennedy Jr, tegenwoordig minister onder Trump, wel een podium geven zoals Rogan deed in 2023?
Mijn zoon heeft deze twijfels ook. Maar door Kennedy uitgebreid aan het woord te laten, zegt hij, horen de luisteraars zijn argumenten, zorgen en kritiek uit eerste hand. Dit stelt ons in staat om zelf een oordeel te vormen, in plaats van alleen via gefilterde berichtgeving of korte citaten in de media. Bovendien zorgt het open gesprek ervoor dat controversiële standpunten niet in de marge verdwijnen, maar publiekelijk getoetst kunnen worden
Hoe gaat het bij ons thuis, wanneer onze kinderen niet op reis zijn en met hun moeder en vader aan de keukentafel zitten? Wel, er wordt naar elkaar geluisterd, er worden vragen gesteld. Mijn referentiepunt, opgegroeid in de jaren 60 en 70, is het kruisverhoor, het snelle debat en de harde controverse. Dat van hen is het lange, meanderende en belangstellende vraaggesprek.
Wellicht daarom lopen de gesprekken over de Womens March en Elon Musk, over de gayscene en de kickboxscene nooit uit de hand. Sterker nog, uit nieuwsgierigheid naar de hobby van haar broer, bezocht onze dochter vorige maand, in Mexico City, een ‘Lucha Libre’ vechtsportgala. Onze zoon zocht zijn zus op bij de Pride in Los Angeles. Ja, ze reizen wat af. Daar trok hij een bloemetjesshirt aan en drapeerde een regenboogvlag om zijn hoofd onder het motto Gay for a Day. Zij leren van elkaar en van ons. Wij leren van hen. Polariseren kan ook zonder conflict. Mits we ruimte en tijd nemen voor elkaars perspectief.
