Jesus Christ Superstar ontrafeld

Date: 1 april 2026

Op Paaszondag 5 april 2026 geeft theoloog Ralf Bodelier een inleiding bij Jesus Christ Superstar in Cinecitta Tilburg. Hij deelt zijn persoonlijke reis met de rockopera: van een kapotte lp-hoes op de fiets tot een frisse kijk op Judas als held. Waarom de film geen historische reconstructie is, maar een tijdloos verhaal dat evangelieën, Romeinse wreedheid en messiaanse hoop ontrafelt.


Journalist Ralf Bodelier ondervraagt theoloog Ralf Bodelier

Op paaszondag 5 april, hou je een inleiding bij de film Jesus Christ Superstar in de Tilburgse bioscoop Cinecitta. Wanneer zag je hem voor het eerst?
In 1974 fietste ik naar Heerlen en kocht de lp Jesus Christ Superstar. Ik was dertien jaar en had ervoor gespaard. En Heerlen was vanuit mijn geboortedorp een uur fietsen. Mijn grootste zorg op de terugweg, door de Limburgse heuvels, was dat die grote, dure, prachtige elpee, bungelend aan het stuur van mijn jongensfiets, niet tussen de spaken kwam. Net voor ik thuis arriveerde, gebeurde het toch. Al meer dan een halve eeuw heeft een van mijn meest dierbare albums een lelijk ezelsoor. De film zag ik pas veel later, want thuis hadden we in die tijd nog geen tv. Maar gelukkig was er dat prachtige boekwerk, verpakt in de hoes van de lp.

Wat sprak je in dat boekwerk aan?
Twee dingen vielen me op. Als eerste: de belangrijkste acteurs waren allemaal wit, met Petrus als een knappe, vrolijke, blonde krullenbol. En Judas was zwart. Een boze en verongelijkt kijkende Judas, ook dat nog. Ik vond het schokkend. Dat nu juist die slechterik door een zwarte acteur werd gespeeld. Jaja, in Limburg waren we al woke en politiek correct voordat de woorden waren uitgevonden.

Ten tweede: de film eigenlijk bleek een film over een film, of een film over een toneelstuk, of beter nog, een film over een verhaal. Superstar begint wanneer een bus door de stoffige Israëlische Negevwoestijn stuift en een rondreizend theatergezelschap naar een oude Romeinse opgraving brengt. De acteurs zijn allemaal vrolijk en uitgelaten, want ze gaan iets prachtigs neerzetten, een voorstelling met dans en drama, over liefde en dood, loyaliteit en verraad.

Dat zag je pas later in de film?
Dan zie je hen uitstappen, allerlei rekwisieten van het dak van de bus tillen, waaronder ook machinegeweren en het kruis. Waarna ze beginnen te acteren. Wanneer, na honderd minuten, het verhaal is gespeeld en Jezus dood aan zijn kruis hangt, keren de spelers terug naar de bus. Alle vrolijkheid is verdwenen. De acteurs zijn duidelijk verdrietig, aangeslagen, somber.

Waarom koos de regisseur, Norman Jewison, voor die vorm?
Ik denk dat hij van meet af aan duidelijk wilde maken dat hij geen historische gebeurtenis ging verfilmen, maar een verhaal. Een verhaal met historische elementen. Maar ook – zie de machinegeweren, de tanks, de gevechtsvliegtuigen en de moderne rockmuziek – een verhaal dat van alle tijden is.

Een verhaal bovendien dat door de schrijvers ervan, de vier evangelisten, bewust als een verhaal is geschreven. En dat dus nooit bedoeld was als een weergave van iets dat precies zo was gebeurd. Overigens waren die schrijvers, de evangelisten, er wel van overtuigd dat Jezus geleefd had, dat hij was gedoopt door zijn voorloper Johannes de Doper, dat hij had rondgetrokken als een prediker, dat hij op een dag in de tempel van Jeruzalem een woedeaanval had gekregen en de tafels van de geldwisselaars had omgegooid en dat hij aan het kruis werd genageld.

Wat weten we van de personages uit de evangeliën? Hebben ze allemaal bestaan?
Een aantal figuren uit de evangeliën, en uit de film, zijn gemodelleerd naar historische personages: Jezus zelf uiteraard, zijn voorloper Johannes de Doper en zijn apostelen Petrus en Jakobus de Meerdere. Ook de Romeinse prefect Pontius Pilatus, de Joodse koningen Herodes de Grote en Herodes Antipas, en de hogepriesters Anas en Kajafas hebben bestaan.

En alles eromheen?
De vreemde bevruchting van Maria? De vlucht naar Bethlehem? De geboorte in een stal? Judas? De twaalf apostelen? Maria Magdalena? De dertig zilverlingen waarvoor Judas hem verried? Veel van dit alles werd door de evangelisten aan het verhaal toegevoegd. Dat deden ze overigens niet zomaar, vanuit hun dikke duim. Om te begrijpen wat ze er allemaal aan toevoegden en waarom ze dat deden, moeten we zowel kijken naar de tijd waarin alles gebeurde. Dus naar de eerste eeuw en naar de bedoelingen die de evangelisten met hun verhalen hadden.

Okay gaan we naar de eerste eeuw.
Aan het begin van die eerste eeuw was Judea – het zuiden van wat nu Israël en Palestina heet – bezet door de Romeinen. Die bezetting was hard en wreed, want dat smalle strookje land langs de Middellandse Zee, was een belangrijke slagader binnen het Romeinse Rijk. Het verbond immers de Romeinse provincies ten noorden van de Middellandse Zee met de provincies ten zuiden daarvan, in Afrika. Alles -soldaten, bestuurders, goederen, slaven- moest door die slagader heen. Daarom deden de Romeinen er ook alles aan om dat stukje volledig onder controle te houden. Dat gebeurde met niets ontziend geweld, waaronder het kruisigen van lastige types in de joodse gemeenschap. De kruisen waaraan ze bungelden stonden op knooppunten van wegen en de lijken bleven lang hangen om anderen af te schrikken.

Kruisen, meervoud? We zien Jezus toch alleen, en heel soms met twee anderen, aan een kruis hangen?
In het Romeinse rijk werd eeuwenlang met kruisigingen gestraft. Soms gebeurde dat met tientallen of honderden tegelijk. Bij misdaden, bij opstanden, om het verzet van slaven te breken. Soms ging het om duizenden gekruisigden tegelijk. Na de slavenopstand van Spartacus in 71 voor Christus, hingen duizenden slaven langs de Via Appia in Rome aan kruisen. Recente schattingen lopen op tot twee miljoen gekruisigden in vijfhonderd jaar tijd. Het was een van de gruwelijkste en meest massale executiemethodes in de Romeinse wereld. En Jezus was één van de slachtoffers.

Pikte iedereen die wrede Romeinse bezetting? Wat deden de Joden in Judea bijvoorbeeld?
Onder de joodse bevolking werd op allerlei manieren gereageerd. Sommige joden kozen voor geweldloos verzet, anderen trokken zich terug in de woestijn, zoals de Essenen. Johannes de Doper was waarschijnlijk een van hen. Enkele groepen pleegden gewapend verzet, waaronder de Zeloten: een joods‑nationalistische beweging. Een extreme vleugel van dat gewapend verzet waren de Sicari, die hun dolken ‘sicae’ in Romeinen en joodse collaborateurs staken.

En dan had je nog de geestelijken, de priesters. Dicht bij het volk stonden de Farizeeën, daarnaast de meer intellectuele en politiek georiënteerde Sadduceeën. Tot die Sadduceeën behoorden Anas en Kajafas. In de Superstar zie je hen met lange zwarte gewaden en hoge hoofddeksels.

Die Sadduceeën hadden connecties in Romeinse kringen. Zij zagen, meer dan alle andere, hoe gevaarlijk de Romeinen waren. De Sadduceeën voorvoelden dat de Romeinen de Joden massaal over de kling zouden jagen en Jeruzalem verwoesten. Iets wat decennia later, in het jaar 70, inderdaad ook gebeurde. Jezus behoorde overigens tot geen enkele van deze groepen. Hij opereerde tamelijk solistisch, samen met een groepje trouwe volgelingen, de apostelen.

Tot zover de Eerste Eeuw. Laten we doorsteken naar de Hebreeuwse Bijbel.
Bijbel, biblia, betekent boeken. En die zijn, althans voor Christenen, verdeeld over twee delen. Het dikste deel is wat christenen het Oude Testament noemen, maar wat je beter de Hebreeuwse Bijbel kunt noemen. Dit deel is de bijbel van de Joden. En het is de eerste helft van de bijbel van de Christenen. Want zij voegden er nog een aantal boeken aan toe. Dat is het Nieuwe Testament, dat ik liever de Griekse Bijbel noem.

De Hebreeuwse bijbel, het Oude Testament, bestaat uit 39 boeken. Deze werden geschreven tussen de 8e eeuw en de 2e eeuw voor Christus. Denk aan het beroemde eerste boek, Genesis, met de scheppingsverhalen, waarin ook het verhaal staat van Abraham die op hoge leeftijd een zoon kreeg, Isaak, en hem toen van God moest offeren. Denk aan Exodus, over Mozes die de Joden verloste uit hun al vijf eeuwen durende gevangenschap in Egypte. En aan de profeten, Jesaja, Zacharia, Jeremia, die allemaal waarschuwen dat we op de verkeerde weg zijn. Of aan de 150 Psalmen, vaak prachtige religieuze gedichten.

Een centrale gedachte in die Hebreeuwse bijbel, en dan met name in de jongere delen, is dat onze wereld er dramatisch voor staat. Wat dat betreft zijn we in die duizenden jaren nooit van gedachte veranderd, enfin. Maar ook dat een Messias, een verlosser op zal doemen, om onze wereld ingrijpend te verbeteren. Om ons uit onze ellende te verlossen.

Wat betekent ‘verlossing’ concreet?
En wanneer de messias komt, dan zal de wereld enorm veranderen. Een van de profeten uit de Hebreeuwse bijbel, Jesaja, schrijft dat, wanneer het zover is, de wolf samen zal wonen met het lam, dat de leeuw stro zal eten als een rund, dat een baby zijn hand in het hol van een adder zal steken en niet gebeten wordt. Dat alle zwaarden worden omgesmeed tot ploegen om het land mee te bewerken. Het is prachtige taal, het zijn geweldige visioenen.

Zo ziet onze wereld er niet uit.
Dat kun je wel zeggen. Een blik op het Midden‑Oosten onder de Romeinen, én een blik op oorlogen in Gaza, Libanon en de Golf vandaag, en het is duidelijk dat die Messias, zoals Jesaja hem zich voorstelde, nooit kwam. Nergens eten leeuwen stro of worden wapens omgebouwd tot ploegen of tractoren. We leven niet in een verloste wereld. Volgens gelovige joden moet de Messias dan ook nog komen. Volgens mij ook, by the way. Al zijn het vooral wij, mensen, die moeten zorgen voor een betere wereld.

En wat zegt de Griekse Bijbel, wat zeggen de evangeliën daarover?
Eerst maar even de vraag wat het Nieuwe Testament, de Griekse Bijbel, eigenlijk is. Dit deel van de bijbel is sowieso heel wat korter. Het bestaat uit 27 veel dunnere boeken. De belangrijkste vier boeken zijn de evangeliën. Hun auteurs noemen we de evangelisten. Deze evangeliën gaan voor het grootste deel over de jonge joodse man Jezus, die naar verluid 33 jaar oud werd en door de bezettende Romeinen als onruststoker aan het kruis werd gehangen. Dit hele tweede deel is in het Grieks en niet in het Hebreeuws geschreven. En dat gebeurde tussen het jaar 50 en het jaar 110.

Het eerste evangelie werd geschreven door Marcus rond het jaar 68 (dus 35 jaar na de dood van Jezus), het tweede door Mattheus, het derde door Lucas, beiden rond 75. En het vierde door Johannes, rond het jaar 100. Dat was dus bijna tachtig jaar na Jezus’ dood. Al deze evangelisten waren Joden, net als Jezus zelf. Waarschijnlijk had niemand van hen Jezus nog meegemaakt.

Vertellen ze alle vier hetzelfde verhaal?
Ja, feitelijk wel. Maar alle vier benadrukken ze ook andere aspecten. Grosso modo maken ze het verhaal telkens wat meer gelaagd en nog wat spannender. Wanneer we het even houden bij de dood van Jezus, dan worden in het laatste evangelie, dat van Johannes, de benen van Jezus aan het kruis kapotgeslagen en steekt een Romein een lans in zijn zij. Bij die eerdere drie, Marcus, Mattheus en Lucas, is daarvan nog geen sprake. Of wanneer we even terugkeren naar het begin van Jezus’ leven, dan heeft alleen Lucas het over de stal en de kribbe. Het kerstverhaal dus. De andere drie beginnen heel anders. Die hebben het nergens over een stal en een kindje in het stro.

Waarom is dit tweede deel van de bijbel in het Grieks geschreven en niet in het Hebreeuws?
Dat is inderdaad opmerkelijk, want de evangelisten waren Joden, net als Jezus. En het Hebreeuws was de taal van hun bijbel. Het was de taal die ze in de tempel hoorden en spraken. Overigens spraken de meeste Joden ook Grieks. Dat was de taal die iedereen verstond, Jood, Griek, Romein.

Misschien moeten we ons eerst de vraag stellen waarom die vier Evangeliën überhaupt geschreven werden? Dan begrijpen we ook waarom ze dat in het Grieks deden. De evangelisten schreven omdat ze hun lezers wilden overtuigen dat Jezus de beloofde Messias was, de verlosser die in de Hebreeuwse bijbel al wordt aangekondigd. De term ‘evangelie’ betekent in het Grieks: ‘blijde boodschap’ of ‘goed nieuws’. Marcus, Mattheus, Lucas en Johannes proberen ieder op hun beurt het goede nieuws te brengen dat Jezus de man is waar Jesaja of Zacharias het al over hadden. De man die wereld van zijn ellende had verlost of weldra zou verlossen.

Dat was een bijzondere boodschap: Jezus was immers door ruw geweld om het leven gekomen?
Zeker, en de Romeinse bezetting was allerminst verdwenen. Nu kenden de Hebreeuws‑sprekende joden hun bijbel maar al te goed, incluis de visioenen van  Jesaja. Voor hen was de wereld dan ook niet veranderd. Wolven aten nog steeds lammeren, zwaarden waren niet omgesmeed in ploegscharen, adderen beten baby’s. Dat de ellende onveranderd groot was, maakte het voor de meeste joden onmogelijk te accepteren dat Jezus de beloofde Messias zou zijn.

Dat moet voor de evangelisten toch heel lastig zijn geweest?
Dat was het ook. Wanneer ze hun mede‑Joden niet konden overtuigen, moesten ze het dan niet proberen bij de niet‑Joden? Bij de Grieken en Romeinen die in Judea rondliepen, die allemaal Grieks spraken en die best interesse zouden kunnen hebben in het Jodendom? Ook zij kenden de Hebreeuwse bijbel, maar veel minder goed. Zij waren dus veel makkelijker te overtuigen.

Aha, ze zochten dus een nieuwe doelgroep?
Klopt. En dat zou alleen lukken wanneer ze in het Grieks gingen schrijven. 35 jaar na Jezus’ dood, dus rond het jaar 68, deed Marcus een eerste poging, gevolgd door die andere drie evangelisten.
En nu maken we een reuzensprong van eeuwen. Wat bij hun mede‑joden niet lukte, lukte uiteindelijk bij de heidenen, bij die Grieken en Romeinen.
Begin vierde eeuw bekeerde de Romeinse keizer Constantijn zich tot het christendom. En vandaag zijn er 2,4 miljard mensen, christenen, die geloven dat Jezus de Messias is, terwijl Jezus’ eigen geloofsgenoten, Joden, daar nog steeds heel anders over denken. Ik vind dat enorm fascinerend.
Stel dat Jezus ooit terug zou keren op aarde, dan zou hij, een gelovige Jood, weinig van de christenen begrijpen. Want ook Jezus kende zijn Jesaja. Bij terugkeer zou Jezus dan ook niet op zondag naar een kerk gaan, maar op zaterdag naar de synagoge. En zich afvragen waarom die al die christenen in Jezus de Verlosser zien, terwijl ze maar blijven denken dat hun wereld er dramatisch voorstaat?

Hoe deden die schrijvers dat dan, die Griekse niet‑joden overtuigen?
Dat deden ze door in hun verhalen doorlopend terug te grijpen op de Hebreeuwse bijbel; maar zonder, uiteraard, het gevoelige punt aan te raken van de wolf en het lam, de baby en de adder, de zwaarden en de ploegen. Daarentegen probeerden ze hun verhalen geloofwaardig te maken door veel andere elementen uit de Hebreeuwse bijbel te gebruiken.

Noem er een paar!
In de Hebreeuwse bijbel krijgt Sara (de vrouw van Abraham) een kind terwijl ze al hoogbejaard is en ‘verlept’. Dat gebeurt nadat God langskwam, ze alsnog zwanger werd en een zoon Isaac baarde. Het is een van vele wonderbaarlijk zwangerschappen in de Hebreeuwse Bijbel en de Griekse Bijbel zet die traditie voort met de maagdelijke geboorte van Jezus.

Jezus wordt geboren in Bethlehem. Terwijl zijn ouders, Josef en Maria, in Nazareth woonden. Volgens de evangeliën gaan Josef en zijn zwangere vrouw naar Bethlehem omwille van een volkstelling. Volgens historici was die volkstelling er nooit. Waarom laten evangelisten deze tocht naar Bethlehem dan plaatsvinden? Waarschijnlijk deden ze dat omdat in de Hebreeuwse Bijbel wordt verteld dat de verlosser uit het huis van koning David in Bethlehem moest komen.

In de evangeliën staat dat Jezus al mediterend veertig dagen in de Egyptische woestijn verblijft. Waarom deed hij dat? Wel, omdat Mozes, een van zijn belangrijke voorgangers, in de Hebreeuwse bijbel veertig jaar door de woestijn trok op weg naar het beloofde land. Nu zou veertig jaar wat lang zijn geweest voor een man die maar 33 jaar oud werd. Dus laten de evangelisten Jezus er veertig dagen rondwandelen. Zo lijkt hij toch een beetje op Mozes.

Dus ze pikken die verhalen uit het Oude Testament en steken ze in een nieuw jasje in het Nieuwe?
Ja, en dat deden ze met reden. De evangelisten willen per se aantonen dat Jezus de belóófde verlosser was. Ik doe er nog een paar. Jezus heeft twaalf apostelen. Waarom twaalf? Omdat in de Hebreeuwse bijbel een van de aartsvaderen, Jacob, twaalf zonen had. En die twaalf zonen van Jacob werden naderhand de twaalf stammen van Israël. Door Jezus twaalf apostelen te geven, suggereren de evangelisten dat alle stammen van Israël achter hem staan.

In de evangeliën loopt de veroordeelde Jezus, heuvelop met het kruis op zijn rug. En dat is een beeld dat we eerder tegenkwamen in het verhaal van Abraham en Isaac. Abraham krijgt van God de opdracht om zijn enige zoon Isaac te offeren. Vervolgens zien we Isaac met brandhout op zijn rug heuvelop lopen. Daar legt Abraham Isaac op het hout dat hij droeg en maakt aanstalten om de keel van zijn zoon door te snijden. Uiteindelijk loopt het goed af en overleeft Isaac. In de evangeliën gebeurt dat helaas niet. Nu sterft de veroordeelde aan het kruis.
Of Jezus echt met het kruis moest lopen, weten we niet. Meestal stonden die kruisen al op de veroordeelden te wachten, zoals galgen in onze middeleeuwse dorpen. Door de nadruk te leggen op Jezus’ kruisdraging, leggen de evangelisten een duidelijk verband met Isaacs dragen van het offerhout.

Judas verraadt Jezus om dertig zilverlingen, terwijl shekel en dinars de gangbare betaalmiddelen waren in die tijd. Zilverlingen werden nog maar amper gebruikt. Waarom dan die dertig zilverlingen? Wel, omdat in het Oude Testament, bij Zacharia 11, iemand dertig zilverlingen kreeg voor iets wat hij niet had mogen doen. Dus laten de evangelisten Judas ook dertig zilverlingen ontvangen voor zijn foute daad.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Hoe dachten de Joden in die tijd daarover?
De evangeliën werden geschreven om Jezus als Messias te verkopen. Bij de Joden, die leefden met de Hebreeuwse bijbel, lukte dat vrijwel niet. In de Griekssprekende wereld uiteindelijk wel, al gingen er eeuwen overheen. En nu vieren christenen met Pasen dat ze door Jezus verlost zijn, en is het, vanuit Joodse perspectief, onbegrijpelijk wat ze daarmee bedoelen.

Laten we het eens hebben over Judas, de man die Jezus verried en zwart is in Superstar.
Evangelies zijn geen geschiedschrijving en zo waren ze ook nooit bedoeld. De evangelisten wilden vertellen dat Jezus de lang verwachte Messias was en gebruikten daar historische elementen voor. Zo is het ook nog maar de vraag of er ooit een Judas was die Jezus verried. Opnieuw spelen de evangelisten met citaten uit de Hebreeuwse bijbel. Bijvoorbeeld met Psalm 41:10, die spreekt over verraad door een intieme vriend: ‘Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.’ Judas lijkt naar zo’n intieme vriend gemodelleerd.

Dat de evangelisten in hun verhalen een verrader uit eigen, Joodse kring opvoeren, was een concrete oplossing voor een heel concreet probleem. De evangelisten wilden Jezus als Messias onder de aandacht brengen van de Romeinen, maar dat waren nu juist degenen die Jezus eerder gekruisigd hadden. Dat was geen fijne startpositie. Waarom zouden geïnteresseerde Grieken en Romeinen gaan geloven dat Jezus de verlosser was, terwijl ze hem zelf hadden geëxecuteerd? En waarom zouden ze dat geloven, terwijl de Joden om hen heen dat zelf heel anders zagen?

Dus moest die schuld van de Romeinen worden afgenomen?
Precies. Dat de kruisiging een exclusief Romeinse straf was, was natuurlijk onmiskenbaar. Ook de Joden kenden een doodstraf, dat was de steniging. Maar Jezus was niet gestenigd, Jezus was gekruisigd. De evangelisten losten het probleem op door de Romeinen van hun schuld aan Jezus’ kruisiging te verlossen, en die schuld bij Judas en een aantal andere Joden te leggen. Bij het volk waaruit Jezus was voortgekomen, maar dat hem niet accepteerde als de beloofde Messias. Zij moesten de rol gaan vervullen van degenen die Jezus’ dood hadden gewenst. Niet Pontius Pilatus, niet de Romeinen.

Maak het eens conreet. Wat schrijven ze dan?
Wel, ongeveer zó komt het in de evangeliën terecht. Eerst wordt Jezus wordt verraden door de Jood Judas. Dan wordt hij voorgeleid aan de Joodse Farizeeën en Sadduceeën, aan Annas en Kajafas. Zij sturen hem door naar de Romein Pontius Pilatus, die Jezus ondervraagt maar er vervolgens geen schuld in ziet. Pilatus stuurt Jezus terug naar de Joodse koning Herodes Antipas. Deze Jood bespot en vernedert Jezus, en stuurt hem weer terug naar Pilatus. Deze Romein ziet nog steeds geen enkel probleem in Jezus. Pilatus laat een schaal water halen en wast zijn handen in onschuld. Wanneer hij vervolgens aan een verzamelde massa Joden vraagt wat zij willen dat hij met Jezus moet doen, roepen deze: ‘Kruisigt hem, kruisigt hem.’

Poeh. Dus alle Joden achten Jezus schuldig, de wrede Romein ziet geen enkel probleem in Jezus?
Inderdaad. Door deze constructie ontslaan de evangelisten de Romeinen van hun verantwoordelijkheid, en leggen ze die bij Judas, Annas, Kajafas, Herodes Antipas en de joodse menigte. Het is een constructie die blijkt te werken. Ondanks golven van christenvervolgingen, krijgt het christendom in het Romeinse Rijk steeds meer aanhangers.

Moeten we de Evangeliën nog wel lezen?
Zeker wel. Net als heel veel verhalen in de bijbel, zijn ook de evangeliën geweldige teksten. Ze gaan over tijdloze ervaringen: over dood en leven, drama en dans, loyaliteit en verraad. Ze vormen de bron voor onuitputtelijke kunstwerken, muziekstukken en romans. Geen wonder dat de acteurs uit Jesus Christ Superstar, die zich eerst enorm verheugen op het toneelstuk, na afloop zo aangeslagen zijn.

En dat is, denk ik, wat Norman Jewison met zijn film ook uit wilde drukken: het verhaal van Jezus’ lijden is meer dan een verhaal met historische details. Goede verhalen kunnen een enorme impact hebben. Ze laten ons niet koud. En hoe meer je je erin verdiept, hoe meer ze je raken. Dan doet het er uiteindelijk niet meer toe of het een deels verzonnen verhaal is of een waargebeurde weergave van een historische gebeurtenis.

Kunnen we nog even terug naar de zwarte Judas en blonde Petrus?
Aanvankelijk was ik dus geschokt door het feit dat de slechterik Judas Iskariot door een zwarte acteur werd neergezet. Pas veel later drong tot me door dat Judas de eigenlijke hoofdpersoon van de film is.
Je ziet het meteen, aan het begin van de film: terwijl de acteurs rond de net gearriveerde bus een eerste hippiedansje doen, neemt Judas afstand. Hij rent een heuvel op, kijkt om en schudt verbijsterd zijn hoofd. De makers van Superstar laten Judas Jezus dan ook niet verraden uit slechtheid, maar uit bezorgdheid. Judas ziet scherp dat Jezus steeds populairder wordt, dat hij steeds meer aanhangers krijgt. Jezus komt steeds meer in het vizier van de Romeinse bezetters en dat kan wel eens heel verkeerd af kan gaan lopen. Jezus’ groeiende populariteit loopt het gevaar een opstand tegen de Romeinse bezetters uit te lokken, die inderdaad, in het jaar 70 met veel geweld zal worden neergeslagen. Jeruzalem wordt dan verwoest en de Joden verspreiden zich in diaspora over de wereld.

Maar moest Judas hem daarom wel aan de Romeinen uitleveren?
O, dat is een misverstand. Dat doet Judas niet, ook niet in de Evangeliën. Judas benadert de Sadduceeën Annas en Kajafas en verwacht dat Jezus opgepakt zal worden door de Joodse tempelwachters; hij verwacht niet dat Jezus overgedragen zal worden aan de Romeinen, laat staan dat hij door hen zal worden gekruisigd. Wanneer, zo lijkt Judas te overwegen, Jezus tijdelijk van de markt wordt gehaald, zal de aandacht voor zijn volgelingen verslappen en zullen de Romeinen geen aandacht meer aan hen schenken.

Dat loopt dus anders.
Nou! Jezus wordt gekruisigd en dat had Judas niet voorzien. Vervolgens heeft Judas zo’n spijt dat hij de dertig zilverlingen die hij van de hogepriesters kreeg, weggooit en zich ophangt. Hij neemt, kortom, de volle, dramatische verantwoording voor zijn verkeerde inschatting. Maar zijn intentie was eerder nobel dan vals. Sterker nog, hij was de enige nadenkende in die groep jubelende hippies die Jezus zo kritiekloos achterna liep.

En de blonde krullenbol Petrus?
Petrus is Jezus’ rechterhand en wordt uiteindelijk de eerste paus. Niet voor niks heet de kerk van de paus in Rome de Sint‑Pieter, de kerk van de heilige Petrus. Ook Petrus verraadt Jezus. Na Jezus’ arrestatie zegt hij tot drie keer toe dat hij hem niet kent, dat hij nog nooit van hem heeft gehoord heeft.
Petrus komt daar mee weg en wordt, ik zei het al, de eerste paus. Hij is de typische carrièreman die hogerop wil en bereid is zelfs zijn grote voorbeeld te verloochenen.
Daarom kan Petrus nooit de held zijn van het verhaal. Zelfs de weifelende, treuzelende Jezus is dat niet.
In deze film is Judas de echte held. Jesus Christ Superstar had eigenlijk Judas Iskariot Superstar moeten heten.

Klik hier voor kaartjes:
Zondag, 5 april 2026, Jesus Christ Superstar, Cinecitta, 11.00 uur

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

single.php