Ralf Bodelier, de Telegraaf.
Binnenkort is het twintig jaar geleden dat Al Gore de wereld opschrikte met zijn film An Inconvenient Truth. Gore maakte van klimaatverandering een horrorfilm die ons de stuipen op het lijf joeg: metershoog stijgende zeeën, massale honger, verdwijnende steden. Met termen als klimaatramp, klimaatcrisis en klimaatcatastrofe raakte een complete generatie in de ban van de stijgende temperatuur. Twee decennia later is het tijd om de balans op te maken. Moeten we onze aandacht niet opnieuw richten op problemen die door de klimaatpaniek uit zicht verdwenen? Op problemen die hier en nu miljoenen levens eisen?
Gore’s film was apocalyptisch. IJsberen zouden uitsterven. Orkanen en droogtes zouden de wereld geselen. New York stond op het punt onder water te lopen. 100 miljoen mensen zouden moeten vluchten voor het klimaat. Veel van deze ellende zou al plaatsvinden in de jaren na het verschijnen van de film.
Onterecht was Gore waarschuwing niet. Klimaatverandering is en blijft een ernstig probleem. Maar veel van zijn voorspellingen bleken overdreven. Of ze werden -wellicht dankzij zijn film- voorkomen. De zeespiegel stijgt, maar New York staat nog lang niet onder water. Het aantal ijsberen neemt eerder toe dan af. Van klimaatvluchtelingen is geen sprake, laat staan van miljoenen. En hoewel hittegolven en hevige neerslag toenamen, zien wetenschappers geen toenames van orkanen en droogtes.
Er is meer goed nieuws. De wereldwijde CO₂-uitstoot stijgt nog licht, maar in bijna veertig landen daalt zij fors: in de VS tot het niveau van 1988, in de EU tot dat van 1964. Zelfs China lijkt zijn piek te hebben bereikt. Tien jaar geleden vreesde het Internationaal Energieagentschap (IEA) dat de wereld in 2040 jaarlijks vijftig miljard ton CO₂ zou uitstoten. Nu verwacht het IEA dertig miljard ton, waarna de uitstoot verder afneemt. Ook temperatuurstijging is naar beneden bijgesteld: van 4,3 graden in 2100 naar 2,4 tot 2,7 graden. Dat blijft zorgelijk, maar het einde van de wereld is het niet.

Het meest bemoedigende cijfer betreft het aantal klimaatdoden. In de jaren twintig van de vorige eeuw stierven jaarlijks gemiddeld 475 duizend mensen door stormen, droogte, overstromingen en hittegolven. In onze jaren twintig is dat gedaald tot minder dan 20 duizend per jaar. Verrekend met de sterk gegroeide wereldbevolking betekent dit een daling van 99 procent. We blijken ons steeds beter tegen het klimaat te beschermen.

We hebben grote stappen gezet in de wereldwijde aanpak van de klimaatverandering, Nu wordt het tijd om weer aandacht te geven aan wereldwijde problemen die door onze fixatie op het klimaat naar de zijlijn werden gedrukt. Terwijl het aantal klimaatdoden alsmaar daalt, overlijden jaarlijks bijna 8 miljoen mensen omdat ze simpelweg te arm zijn om te leven. En voor een fractie van de biljoenen euro’s die naar klimaatmaatregelen gaan, valt veel van dit menselijk leed te voorkomen. Jaarlijks sterven alleen al vier miljoen mensen aan ziektes die ontstaan door koken op vuurtjes van hout, afval of mest. Dat probleem kan worden opgelost door koken op gas of elektriciteit voor iedereen betaalbaar te maken.
Aan tuberculose overlijden jaarlijks 1,3 miljoen mensen: met snellere opsporing en behandeling zijn veel slachtoffers te redden. Door iets simpels als een helmplicht en het handhaven van verkeersregels hoeft een groot deel van de ruim 1,2 miljoen verkeersdoden wereldwijd niet te sterven. Hoog tijd dus om de klimaatpaniek in de koelkast te zetten en ons weer bezig te houden met oplossingen die direct levens redden.
