Whataboutism wordt vaak gebruikt om een discussie af te kappen. Maar soms is de vraag ‘en hoe zit het dan met…?’ juist heel terecht. Wie rechtvaardig wil zijn, moet vergelijkbare gevallen met dezelfde maatstaf beoordelen, meent Ralf Bodelier.
Ralf Bodelier, Volkskrant 13 augustus 2026
Onlangs vergeleek Gert-Jan Segers in deze krant het geweld van Israël tegen de Palestijnen met het geweld van China tegen de Tibetanen. Segers deed dat ironisch. Als we Israël boycotten, zo suggereerde hij, zouden we dan niet ook China moeten boycotten? Stoppen met de verkoop van Chinese auto’s, laptops en smartphones. Geen samenwerking met Chinese universiteiten meer en ook geen foe yong hai meer bij de Chinees om de hoek.
Uit de lucht gegrepen was Segers suggestie niet. Tibetaanse bronnen spreken van meer dan een miljoen doden sinds China in 1951 Tibet bezette. Dat is een veelvoud van het aantal Palestijnse doden in de conflicten met Israël in 1948, al is exacte verificatie door de aard van het Chinese regime natuurlijk onmogelijk.
Op social media kwamen de reacties. Segers zou aan ‘whataboutism’ doen: hij zou de aandacht van Israël afleiden door ineens over China te beginnen. What-about-ism betekent dat iemand een kritische vraag ontwijkt door op een andere misstand te wijzen. Daarmee wordt de eerste vraag –moet de Eu Israël niet boycotten- niet beantwoord. Tegelijkertijd veegt het verwijt van ‘whataboutism’ ook de tweede vraag – wanneer Israël, waarom dan ook niet China? – van tafel. Het resultaat is dat ‘whataboutism’, het verwijt dat je de ene tragedie niet met de andere mag vergelijken, elke discussie doodslaat.
Dezelfde maatstaf
Vergelijken is echter niet altijd een afleiding. Vergelijken is juist noodzakelijk. Terecht protesteren activisten tegen het geweld van Israël tegen de Palestijnen. Maar al even terecht is de onderliggende vraag van Segers: waarom horen we bij dezelfde mensen nooit iets over de onderdrukking in Tibet, Iran, Syrië, Ethiopië, Myanmar of Soedan?
Het stellen van deze vraag betekent niet dat het Palestijnse leed onbelangrijk is. Het betekent dat we veel beter moeten nadenken over de maatstaf die we gebruiken. Wanneer we protesteren tegen de schending van mensenrechten door Israël, moeten we dan niet ook protesteren wanneer andere landen iets vergelijkbaars doen?
Rechtvaardigheid vraagt dat we vergelijkbare gevallen op een vergelijkbare manier beoordelen. Wie de ene regering streng veroordeelt en tal van andere regeringen met rust laat, moet kunnen uitleggen waarom hij of zij dat doet. Wie deze uitleg niet wil geven, lijkt selectief verontwaardigd. Zijn verontwaardiging lijkt ingegeven door zijn politieke voorkeur, ideologie of aandacht in de media. De vraag ‘en hoe zit het dan met…?’ kan ons helpen om eerlijker te zijn. Ze dwingt ons na te gaan of we onze principes werkelijk voor iedereen laten gelden.
Vergelijken is geen bagatelliseren
Soms lijkt het alsof maar één conflict bestaat. Al jaren staat het geweld van Israël richting de Palestijnen op de voorpagina. Andere, veel grotere oorlogen, van de burgeroorlog in Soedan tot slachtingen door islamisten in de Magreb en de Sahel, krijgen heel veel minder aandacht. Wie van ons weet, om maar iets te noemen, dat de oorlog die Ethiopië enkele jaren geleden in Tigray voerde, tegen de 600 duizend doden eiste? Onkunde over dergelijke conflicten, roept de vraag op waarom het ene leed wel voortdurend zichtbaar is en het andere nauwelijks.
Wie vraagt om meer aandacht voor conflicten als in Ethiopië, Soedan of de Sahel, zegt daarmee niet dat Palestina geen aandacht verdient. Hij vraagt alleen waarom onze publieke verontwaardiging zo selectief is. Zonder te vergelijken moeilijk om de omvang of uitzonderlijkheid van een gebeurtenis te beoordelen. Hoe groot is het probleem? Welke situaties verdienen de meeste aandacht en hulp? Het zijn vragen die ons kunnen helpen om onze aandacht en middelen beter te verdelen.
Niet elke vergelijking is terecht
Laten we het woord ‘whataboutism’ wat minder vaak gebruiken. Wie vraagt ‘en hoe zit het dan met Tibet, met Yemen en Iran?’, probeert niet per se de aandacht van Palestina af te leiden. Hij of zij verlangt juist dat wij consequent zijn in het toepassen van onze principes. Dat verlangen is geen hinderlijke onderbreking van het debat en het activisme. Het is een noodzakelijk onderdeel ervan.
Vanzelfsprekend kunnen individuen en actiegroepen niet alle ellende in de wereld aanpakken. Het is begrijpelijk wanneer ze ervoor kiezen zich op één onderwerp te richten. Daarentegen mag je van kranten, intellectuelen en mensenrechtenorganisaties wél verwachten dat zij verder kijken dan dat ene conflict. Zij spreken immers niet namens een groep, zij zijn er om het algemeen belang te dienen.
Wie oprecht om mensenrechten geeft, ervaart de vraag ‘en hoe zit het met…? niet als aanval, maar als test. Liefst legt hij keer op keer die test zelf af; lang voordat iemand anders erom hoeft te vragen.
De foto in dit artikel -Students For A Free Tibet demonstreren in Washington DC bij de Chinese ambassade- is in 2013 gemaakt door Elisa Santana voor Medill News Service. De foto ‘is licensed under the Creative Commons Attribution 2.0 Generic license’.
